ECLI:NL:CRVB:2019:1848
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet tijdig ingediend; geen verschoonbare termijnoverschrijding
Appellante, ontvanger van een ouderdomspensioen, kreeg een aanvullende inkomensvoorziening ouderen toegekend per 31 oktober 2017. Zij maakte bezwaar tegen de ingangsdatum van deze voorziening, maar diende dit bezwaarschrift pas na de wettelijke termijn in. De Sociale verzekeringsbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening zonder bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar hoge leeftijd, slechte gezondheid, culturele achtergrond en beperkte taalvaardigheid de te late indiening verschoonbaar maken. Ook stelde zij dat haar zoon, die haar hielp, door vakantie en werkdruk het bezwaar te laat indiende.
De Raad oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om het verzuim te verontschuldigen. Appellante had tijdig hulp moeten zoeken van anderen. Het beroep op dringende redenen uit de Participatiewet faalde eveneens. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift bevestigd.