ECLI:NL:CRVB:2019:1847
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op nabestaandenuitkering voor in Turkije woonachtige appellant
Appellante, sinds 1992 woonachtig in Turkije, diende een aanvraag in voor een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot in 2012. Deze aanvraag werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan de wettelijke voorwaarden, waaronder leeftijd, arbeidsongeschiktheid en zorg voor een minderjarig kind.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde vast dat de aanvraag beoordeeld moest worden op basis van de ANW en niet de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW). Het beroep van appellante dat zij zich op de AWW kon beroepen vanwege het Associatieverdrag tussen de EU en Turkije werd verworpen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het Associatierecht geen aanleiding geeft om de strengere voorwaarden van de ANW niet toe te passen. Ook het argument dat de beoordeling van arbeidsongeschiktheid gebaseerd op functies in Nederland onredelijk zou zijn, werd niet gevolgd. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en vergoeding van proceskosten werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een nabestaandenuitkering op grond van de ANW.