Betrokkene ontvangt sinds 2010 een AOW-pensioen als ongehuwde. In 2015 bleek dat betrokkene ongehuwd samenwoonde en later trouwde met [X.], wat invloed heeft op de hoogte van zijn AOW. Appellant legde een boete op wegens het niet binnen vier weken melden van deze wijziging.
Betrokkene stelde dat hij de wijziging tijdig aan de gemeente had doorgegeven en op expliciete vraag van de gemeente was geïnformeerd dat verdere melding niet nodig was. De rechtbank vernietigde de boete wegens gebrek aan verwijtbaarheid.
De Raad stelt vast dat betrokkene wel verwijtbaar is, maar in verminderde mate. De ongewijzigde betalingen hadden hem moeten doen afvragen of de SVB op de hoogte was. Daarom wordt de boete verlaagd tot 25% van het benadelingsbedrag, zijnde €86,40. De eerdere uitspraak en het bestreden besluit worden vernietigd en het besluit van 1 juni 2015 herroepen.