ECLI:NL:CRVB:2019:1840
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitbreiding huishoudelijke hulp op grond van Wubo wegens ontbreken medische noodzaak
Appellante, erkend als burger-oorlogsslachtoffer met psychische invaliditeit, verzocht om uitbreiding van haar huishoudelijke hulp van één naar twee dagdelen per week. Dit verzoek werd door de Sociale verzekeringsbank afgewezen omdat er geen medische noodzaak was voor deze uitbreiding.
De Raad toetste het besluit aan het geldende beleid, waarbij een vergoeding voor twee dagdelen wordt toegekend indien sprake is van onvermogen lichte huishoudelijke werkzaamheden te verrichten of bij causale psychische aandoeningen gecombineerd met zelfverwaarlozing of chaotisch gedrag. Medische adviezen bevestigden dat appellante niet aan deze criteria voldeed.
De Raad concludeerde dat appellante nog lichte huishoudelijke werkzaamheden verricht en er geen aanwijzingen zijn voor zelfverwaarlozing of chaotisch gedrag. De grootte van de woning en tuinonderhoud zijn geen medische gronden voor uitbreiding. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de uitbreiding van huishoudelijke hulp wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van medische noodzaak.