Uitspraak
16.7549 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om een veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig magazijnmedewerker, viel in 2011 uit wegens nek- en armklachten en later psychische klachten. Het UWV stelde in 2014 een arbeidsongeschiktheid van 49,80% vast en beëindigde later de loongerelateerde WGA-uitkering, waarna appellant een WGA-vervolguitkering kreeg toegekend. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen het besluit van het UWV, maar zowel de rechtbank Amsterdam als de Centrale Raad van Beroep verklaarden zijn beroep ongegrond.
Appellant voerde aan dat zijn fysieke en psychische beperkingen waren toegenomen en dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onvoldoende zorgvuldig was. Hij verzocht primair om een hogere mate van arbeidsongeschiktheid toe te kennen en subsidiair om benoeming van een onafhankelijke deskundige, met een beroep op het arrest Korošec van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek door de verzekeringsartsen van het UWV zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij dossieronderzoek en lichamelijk en psychisch onderzoek hadden plaatsgevonden. Er waren geen nieuwe medische feiten die een andere beoordeling rechtvaardigden. Ook was er geen sprake van een oneerlijk proces of schending van artikel 6 EVRM Pro. De geselecteerde functies werden passend geacht. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek tot vergoeding van schade en proceskosten werd eveneens geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige wordt afgewezen.