Uitspraak
17.3178 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- wijst het verzoek om een veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als boxmedewerker, viel in 2009 uit wegens psychische klachten en ontving vanaf 2011 een loongerelateerde WGA-uitkering. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid in 2016 vast op 55-65%, later aangepast naar 68,15% na aanvullend medisch onderzoek en een arbeidsdeskundige beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant niet volledig arbeidsongeschikt was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rapporten onvoldoende waren geïndividualiseerd, dat zijn mislukte werkhervattingen en depressie onvoldoende werden meegewogen, en dat de geselecteerde functies niet passend waren.
De Raad volgde het UWV en de rechtbank, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en gemotiveerd was, en dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld. De Raad stelde vast dat appellant met zijn beperkingen in staat was de geselecteerde functies uit te oefenen en bevestigde de vaststelling van 68,15% arbeidsongeschiktheid.
Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding werd niet toegewezen. De Raad vond geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 68,15% arbeidsongeschiktheid en wijst het hoger beroep en schadevergoedingsverzoek af.