ECLI:NL:CRVB:2019:1790
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengeld Ziektewet na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante, voormalig schoonmaakster, meldde zich ziek met rugklachten en ontving een uitkering op grond van de Werkloosheidswet. Na een medisch onderzoek door een verzekeringsarts werd zij per 4 november 2016 geschikt bevonden voor haar laatst verrichte arbeid, waarna het UWV haar ziekengeld stopzette. Het bezwaar van appellante tegen dit besluit werd ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht, waarbij zowel psychische als lichamelijke aspecten waren onderzocht en alle klachten waren betrokken. De rechtbank vond het verschil in beoordelingen tussen augustus en oktober 2016 begrijpelijk, mede vanwege de toen nog onbekende MRI-resultaten. Appellante leverde geen nieuwe medische stukken die het oordeel van de verzekeringsartsen ondermijnden.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Raad onderschreef de motivering van de rechtbank en vond geen aanleiding tot twijfel aan de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid. Het hoger beroep werd verworpen en de beëindiging van de Ziektewet-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de Ziektewet-uitkering van appellante terecht heeft beëindigd per 4 november 2016.