ECLI:NL:CRVB:2019:178
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WGA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante was sinds een bedrijfsongeval in 2007 arbeidsongeschikt en ontving een WIA-uitkering. Na een herbeoordeling door het UWV werd vastgesteld dat haar arbeidsongeschiktheid was gedaald tot onder de 35%, waarna de WGA-uitkering werd beëindigd. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar beperkingen, zoals de noodzaak tot recuperatie na inspanning en de geschiktheid van bepaalde functies.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door nieuwe functies pas laat voor te leggen, waardoor de uitkering pas per 1 november 2015 mocht worden beëindigd. De rechtbank verwierp echter het medische oordeel dat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% was. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) juist was opgesteld en dat de functies medisch geschikt waren voor appellante. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige bezwaar en beroep hadden dit uitvoerig gemotiveerd.
De Raad wees de bezwaren van appellante af, waaronder de geschiktheid van functies als telefonist-receptionist en de mate van belasting door handelingstempo. De Raad bevestigde daarmee het besluit tot beëindiging van de WGA-uitkering en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering per 1 november 2015 omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.