ECLI:NL:CRVB:2019:1769
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring beroep wegens niet tijdig indienen gronden
Appellant verzocht het UWV om terug te komen op een besluit uit 2004, maar het UWV weigerde dit. Appellant maakte bezwaar, maar diende geen gronden in, waarna het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard. Tegen dit besluit stelde appellant beroep in en werd in de gelegenheid gesteld om gronden in te dienen, maar hij maakte hier geen gebruik van.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig indienen van de gronden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat postvertragingen en medische stukken hem belemmerden tijdig te reageren, maar dit werd niet als voldoende verschoonbare reden erkend.
De Raad bevestigde dat het indienen van gronden essentieel is en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, mede omdat appellant geen adequate maatregelen had getroffen om tijdig te reageren. De medische stukken boden geen aanleiding tot een ander oordeel.
Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de gronden.