ECLI:NL:CRVB:2019:1718
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens te lang verblijf in buitenland
De Centrale Raad van Beroep behandelde het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake de intrekking en terugvordering van bijstand over de periode van 2 maart 2012 tot en met 12 maart 2012. Appellant verbleef langer dan vier weken buiten Nederland zonder dit te melden, wat in strijd is met de inlichtingenverplichting.
Appellant stelde dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij te lang op vakantie was geweest of dat hij geen geldige reden had, maar deze beroepsgrond werd verworpen. De Raad stelde vast dat appellant zelf had verklaard dat hij van 2 februari tot 12 maart 2012 in de Dominicaanse Republiek verbleef en dit niet had gemeld.
Daarnaast werd het verzoek om kwijtschelding van de schuld afgewezen. Het college hanteert een beleid waarbij geen kwijtschelding wordt verleend als de terugvordering het gevolg is van herhaalde schending van de inlichtingenverplichting. Appellant had niet aangetoond dat hij aan de voorwaarden voor kwijtschelding voldeed en stelde ook geen persoonlijke omstandigheden die afwijking van het beleid rechtvaardigen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de oorspronkelijke uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en wijst het verzoek om kwijtschelding af.