Appellant, die in 2002 hersenletsel opliep, werkte van september 2008 tot februari 2009 bij zijn broer en was vanaf november 2008 ook oproepkracht bij McDonald's. Na ziekmelding in mei 2009 ontving hij tot mei 2011 een Ziektewetuitkering. Het UWV weigerde in 2011 een WIA-uitkering toe te kennen omdat appellant bij aanvang van de verzekering al volledig arbeidsongeschikt was. Dit besluit werd niet aangevochten en is in rechte vast komen te staan.
In 2015 vroeg appellant opnieuw een WIA-uitkering aan, stellende dat het UWV zijn arbeidsongeschiktheid niet correct had beoordeeld. Het UWV wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond, met het argument dat de eerdere vaststelling bindend was en dat wetswijziging geen terugwerkende kracht had.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat hij geen belang had bij een beoordeling die geen ander resultaat kon opleveren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het uitsluitingsartikel onterecht werd toegepast en dat de wetswijziging sinds 2011 niet meer van toepassing mocht zijn. De Raad oordeelde dat de eerdere vaststelling correct was en dat de wetswijziging geen terugwerkende kracht heeft, waardoor het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding werd geweigerd.