ECLI:NL:CRVB:2019:1644
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek WIA-besluit wegens onvoldoende bewijs langdurige arbeidsongeschiktheid
Appellant werkte sinds 1999 als [naam functie 1] en later als [naam functie 2] tot zijn dienstverband eindigde in 2009. Na een ziekmelding in 2010 werd hij door het UWV arbeidsgeschikt verklaard voor zijn maatgevende arbeid. Appellant vroeg in 2011 een WIA-uitkering aan, maar het UWV nam dit niet in behandeling omdat hij niet langdurig arbeidsongeschikt was geweest.
In 2015 verzocht appellant om herziening van dit besluit op grond van een in 2011 gestelde diagnose van het syndroom van Asperger en een prolactinoom. Het UWV wees dit verzoek af, wat door appellant werd aangevochten bij de rechtbank en vervolgens in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het UWV het syndroom van Asperger als nieuw feit had erkend, maar dat de medische rapporten en verklaringen van ex-collega’s onvoldoende aantonen dat appellant gedurende de vereiste wachttijd van 104 weken doorlopend arbeidsongeschikt was. De verzekeringsartsen concludeerden dat appellant ondanks zijn aandoeningen functioneerde en dat er geen medische grond was voor langdurige arbeidsongeschiktheid.
De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om de WIA-aanvraag niet te herzien wordt bevestigd.