ECLI:NL:CRVB:2019:1635
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de Centrale Raad van Beroep. Het verzoek is aan de orde gesteld tijdens de zitting van 17 april 2019, waar verzoeker niet is verschenen. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap werd vertegenwoordigd door drs. P.M.S. Slagter.
De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat het griffierecht van €128,- niet tijdig is voldaan. Verzoeker was hierover meerdere malen schriftelijk en telefonisch geïnformeerd, met duidelijke termijnen voor betaling. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet betaald voor aanvang van de zitting.
Op grond van artikel 8:82 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J. Brand, in aanwezigheid van griffier M. Graveland, en uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2019.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.