ECLI:NL:CRVB:2019:1631
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek om terugkomen op eerdere functioneringsbeoordelingen afgewezen
Appellante, werkzaam als generalist Gebiedsgebonden Politie, verzocht de korpschef om terug te komen op de beoordelingen van december 2011 en maart 2013, stellende dat haar beoordelaar te strenge scores had gegeven. De korpschef wees dit verzoek af, omdat er geen sprake was van nieuw gebleken feiten of omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing gegrond voor een deel, maar oordeelde dat er geen nieuw feiten waren en dat een andere waardering van bekende feiten geen grond is om het besluit te herzien.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de verklaring van haar leidinggevende, waarin werd erkend dat de beoordelingen te streng waren, een nieuw feit vormde. De Raad oordeelde echter dat deze verklaring slechts een andere waardering van reeds bekende feiten betreft en daarmee niet voldoet aan de vereisten van artikel 4:6 Awb Pro.
De Raad bevestigde dat het bestreden besluit niet evident onredelijk is en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt daarmee bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op eerdere beoordelingen is terecht afgewezen wegens het ontbreken van nieuw gebleken feiten of omstandigheden.