ECLI:NL:CRVB:2019:1616
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- R.B. Kleiss
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van kostenfactuur Uwv voor gegevensverstrekking aan werkgever zonder wettelijke grondslag
Betrokkene benaderde het Uwv sinds 2011 voor informatie over arbeidsgehandicaptenstatussen van werknemers, welke tot januari 2015 kosteloos werd verstrekt. Vanaf 1 januari 2015 bracht het Uwv € 25,- per aanvraag in rekening. In juli 2015 vroeg betrokkene namens drie werknemers informatie op, waarna het Uwv een factuur van € 75,- stuurde. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze factuur, dat door het Uwv werd afgewezen met het argument dat de factuur een besluit in de zin van de Awb was.
De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en vernietigde het bestreden besluit omdat de factuur geen besluit was wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag voor het in rekening brengen van kosten. Het Uwv stelde in hoger beroep dat de gegevensverstrekking publiekrechtelijk was en verwees naar de Wet Suwi en beleidsregels. De Raad volgde dit niet en oordeelde dat artikel 38b ZW geen publiekrechtelijke grondslag biedt voor de gegevensverstrekking door het Uwv aan de werkgever.
De Raad bevestigde dat de factuur geen publiekrechtelijke rechtshandeling is en dus geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro. De LISV-mededeling en andere beleidsregels bieden geen wettelijke basis voor het in rekening brengen van kosten. Het hoger beroep van het Uwv wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Uwv wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.