ECLI:NL:CRVB:2019:1580

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
3 april 2019
Publicatiedatum
8 mei 2019
Zaaknummer
18/3090 ZW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 ZW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing maatregel op grond van artikel 45 Ziektewet voor eigenrisicodrager

Betrokkene, een eigenrisicodrager in het kader van de Ziektewet, verzocht het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om een maatregel op te leggen aan belanghebbende op grond van artikel 45, eerste lid, aanhef en onder j, van de Ziektewet. Het Uwv wees dit verzoek op 2 december 2016 af omdat de wettelijke bepalingen dit niet toestonden. Betrokkene maakte bezwaar, dat bij besluit van 14 maart 2017 ongegrond werd verklaard.

De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van betrokkene tegen dit besluit gegrond en vernietigde het bestreden besluit, waarna het Uwv werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. De Centrale Raad van Beroep stelde in een eerdere uitspraak van 19 december 2018 vast dat artikel 45 ZW Pro tot 1 januari 2018 geen grondslag bood om het ziekengeld te weigeren in gevallen waarin de eigenrisicodrager niet als benadeelde entiteit werd genoemd.

In de onderhavige zaak werd vastgesteld dat ten tijde van het besluit van 2 december 2016 artikel 45 ZW Pro nog niet was gewijzigd om eigenrisicodragers als benadeelde entiteit te erkennen. Daarom heeft het Uwv op goede gronden geweigerd de maatregel op te leggen. Het hoger beroep van betrokkene werd ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 14 maart 2017 wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.

Uitspraak

18.3090 ZW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 20 april 2018, 17/1126 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant)
Stichting [naam Stichting] te [woonplaats] (betrokkene)
[belanghebbende] (belanghebbende)
Datum uitspraak: 3 april 2019
Zitting heeft: mr. B.J. van de Griend
Griffier: M.A.E. Lageweg
Ter zitting zijn verschenen: M.K. Affia, gemachtigde van het Uwv, en belanghebbende.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • vernietigt de aangevallen uitspraak;
  • verklaart het beroep tegen het besluit van 14 maart 2017 ongegrond.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1.1.
Betrokkene is eigenrisicodrager als bedoeld in hoofdstuk IIIA van de Ziektewet (ZW). Betrokkene heeft appellant verzocht om aan belanghebbende een maatregel op te leggen op grond van artikel 45, eerste lid, aanhef en onder j, van de ZW.
1.2.
Bij besluit van 2 december 2016 heeft appellant dit verzoek afgewezen omdat dit verzoek niet overeenstemt met de wettelijke bepalingen van de ZW. Bij besluit van 14 maart 2017 (bestreden besluit) is het bezwaar van betrokkene tegen dit besluit ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en appellant opgedragen een nieuw besluit op het bezwaar te nemen.
3. Bij uitspraak van de Raad van 19 december 2018 (ECLI:NL:CRVB:2018:4148) heeft de Raad geoordeeld dat artikel 45, eerste lid, aanhef en onder j, van de ZW, tot 1 januari 2018 geen grondslag biedt om in gevallen waarin de in die bepaling genoemde fondsen of kas niet worden of kunnen worden benadeeld, het ziekengeld geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend te weigeren.
4. Vastgesteld wordt dat ten tijde van het nemen van het besluit van 2 december 2016,
artikel 45, eerste lid, aanhef en onder j, van de ZW nog niet was gewijzigd in die zin dat ook de eigenrisicodrager is vermeld als entiteit die door de verzekerde wordt of kan worden benadeeld. Dit betekent dat appellant op goede gronden heeft geweigerd om aan belanghebbende de door betrokkene verzochte maatregel op te leggen. Het hoger beroep slaagt.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) M.A.E. Lageweg (getekend) B.J. van de Griend
GdJ