ECLI:NL:CRVB:2019:1508
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengeld op grond van arbeidsgeschiktheid financieel-administratief medewerker bevestigd
Appellante was werkzaam als financieel-administratief medewerker voor 16 uur per week en meldde zich op 14 oktober 2016 ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde op 6 december 2016 vast dat zij per 9 december 2016 geschikt was voor haar laatst verrichte arbeid en beëindigde daarop haar ziekengeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en de beperkingen van appellante juist waren vastgesteld. Appellante stelde in hoger beroep haar bezwaar- en beroepsgronden in stand en verzocht om benoeming van een deskundige psycholoog.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank de gronden afdoende en overtuigend had gemotiveerd en dat er geen nieuwe medische gegevens waren die aanleiding gaven tot een ander oordeel. Het verzoek om een deskundige werd afgewezen omdat geen twijfel bestond over de juistheid van de medische rapporten.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen veroordeling in de proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante terecht geen recht meer heeft op ziekengeld omdat zij arbeidsgeschikt is voor haar eigen werkzaamheden.