ECLI:NL:CRVB:2019:150
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening vermogen voor Wuv-uitkering wegens eigen invloed op vermogensvermindering
Appellante, gelijkgesteld met een vervolgde als bedoeld in de Wuv, verzocht om herziening van het eerder vastgestelde vermogen vanwege een sterke vermindering. Verweerder wees dit verzoek af omdat geen sprake was van een vermogensvermindering waarop appellante geen invloed had kunnen uitoefenen.
De Raad oordeelde dat de waardevermindering van de beleggingsportefeuille door het beursinstorten inherent is aan beleggen en dat appellante zelf beslissingen nam over verkoop en investeringen. Ook het gebruik van vermogen voor levensonderhoud en gemaakte kosten zijn omstandigheden waarop appellante invloed had.
Verder stelde appellante dat er sprake was van ongelijke behandeling door wetswijzigingen, maar de Raad concludeerde dat dit voor alle Wuv-gerechtigden geldt en geen strijd met het gelijkheidsbeginsel oplevert.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van de herziening van het vermogen wordt ongegrond verklaard.