ECLI:NL:CRVB:2019:1440
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van verlies recht op WIA-uitkering na zorgvuldige medische herbeoordeling
Appellante, laatstelijk werkzaam als verkoopmedewerkster, viel sinds 1 april 2009 uit en ontving een WIA-uitkering wegens 100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2015 stelde het UWV vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor het recht op uitkering werd beëindigd. Appellante maakte bezwaar en beroep, maar dit werd ongegrond verklaard na aanvullend medisch onderzoek door een verzekeringsarts bezwaar en beroep.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van appellante adequaat waren beoordeeld. De door appellante ingeschakelde verzekeringsarts bracht aanvullende beperkingen naar voren, maar deze werden door de rechtbank en de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet overtuigend bevonden, mede vanwege discrepanties met andere medische bevindingen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat een deskundige moest worden ingeschakeld vanwege tegenstrijdige medische rapporten en dat een zwaardere urenbeperking moest worden aangenomen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter de zorgvuldige motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en zag geen aanleiding voor nader onderzoek. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op WIA-uitkering blijft beëindigd.