ECLI:NL:CRVB:2019:144
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid functies bij WIA-uitkering
Appellant, werkzaam als orderpicker, meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten en vroeg meerdere keren een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat appellant aanvankelijk volledig arbeidsongeschikt was, maar later slechts voor minder dan 35% arbeidsongeschikt, waardoor de uitkering werd beëindigd. Appellant maakte bezwaar en kreeg een WGA-loonaanvullingsuitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 38,56%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van het UWV ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat belangrijke medische rapporten niet waren meegenomen, waardoor zijn beperkingen werden onderschat.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de gronden in hoger beroep grotendeels overeenkomen met die in eerste aanleg en geen aanleiding geven tot een ander oordeel. De Raad onderschrijft de motivering van de rechtbank dat het UWV de belastbaarheid van appellant juist heeft ingeschat en dat appellant met zijn beperkingen de geselecteerde functies kan vervullen. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.