ECLI:NL:CRVB:2019:1385
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand zonder schending inlichtingenverplichting
Betrokkenen vroegen bijstand aan op grond van de Participatiewet, waarbij betrokkene 2 aangaf te studeren en inkomsten te ontvangen. De gemeente verleende bijstand, maar ontdekte later dat betrokkene 2 hogere inkomsten had dan toegestaan en studiefinanciering ontving.
De bijstand werd ingetrokken en teruggevorderd over de periode mei tot september 2016. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkenen gegrond omdat zij niet hoefden te begrijpen dat er een fout was gemaakt en oordeelde dat terugvordering op grond van artikel 58 lid Pro 2e PW niet redelijk was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de terugvordering terecht is op grond van artikel 58 lid Pro 2a PW, waarbij geen sprake is van schending van de inlichtingenplicht. Het beleid van de gemeente om in dergelijke gevallen altijd terug te vorderen gaat niet buiten redelijke beleidsbepalingen.
Een beroep op dringende redenen faalt omdat geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld die terugvordering onaanvaardbaar maken. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van betrokkenen wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand bevestigd.