ECLI:NL:CRVB:2019:1382
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.W. van Straalen
- W.H. Bel
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden
Appellant ontving sinds augustus 2014 bijstand op grond van de Participatiewet. Naar aanleiding van anonieme meldingen over het verrichten van niet gemelde werkzaamheden als straatkrantverkoper en bouwvakker, startte de afdeling Handhaving een onderzoek. Dit onderzoek bestond uit dossieronderzoek, waarnemingen en het horen van getuigen. Op basis hiervan werd de bijstand per 1 mei 2016 geschorst en later ingetrokken met terugvordering van €24.775,94.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij bepaalde camerabeelden uitsloot maar de overige onderzoeksbevindingen als voldoende feitelijke grondslag beschouwde. In hoger beroep voerde appellant aan dat de waarnemingen stelselmatig waren en in strijd met artikel 8 EVRM Pro, en dat het onderzoek te lang had geduurd.
De Raad oordeelde dat de waarnemingen kortdurend en beperkt waren, geen stelselmatige observaties vormden en een aanvaardbare inbreuk op het privéleven betekenden. Artikel 53a PW bood een toereikende wettelijke grondslag. Ook het tijdsverloop van het onderzoek was niet onzorgvuldig. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden.