Uitspraak
18.1267 PW
24 januari 2018, 17/5122 (aangevallen uitspraak)
mr. H.H.J. ten Hoope.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand sinds mei 2015. In januari en maart 2017 werd vastgesteld dat hij zich in het buitenland bevond, maar hij ontkende dit en weigerde paspoortgegevens te verstrekken. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam trok daarom de bijstand per 24 maart 2017 in wegens schending van de inlichtingenplicht en het niet kunnen vaststellen van het recht op bijstand.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij niet langer dan toegestaan in het buitenland verbleef en dat een pintransactie in april 2017 bewijst dat hij toen in Nederland was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wat appellant in hoger beroep aanvocht.
De Raad oordeelde dat de bewijslast bij het college ligt en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij binnen de toegestane termijn terugkeerde. Het ontbreken van paspoortgegevens en onduidelijkheid over verblijfsduur in het buitenland maken vaststelling van het recht op bijstand onmogelijk. De Raad bevestigde daarom de intrekking van de bijstand en verwierp het hoger beroep.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet vast te stellen verblijf in het buitenland wordt bevestigd.