ECLI:NL:CRVB:2019:135
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-woonachtig op brp-adres
Appellante stond ingeschreven op een adres waar zij volgens onderzoek niet daadwerkelijk woonde. De minister had daarom haar studiefinanciering herzien van uitwonende naar thuiswonende studerende en een bedrag teruggevorderd.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard, stellende dat het huisbezoek en het rapport van de controleurs voldoende feitelijke grondslag boden voor de herziening. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar huisrecht was geschonden en dat er wel persoonlijke spullen aanwezig waren, maar deze stellingen werden niet gevolgd.
De Raad oordeelde dat het binnentreden rechtmatig was omdat toestemming van de hoofdbewoonster volstond en dat de kamer niet exclusief aan appellante toebehoorde. De verklaring van de hoofdbewoonster tijdens het huisbezoek en het rapport boden een toereikende grondslag. De latere verklaring van de hoofdbewoonster in hoger beroep werd als ongeloofwaardig beoordeeld.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de studiefinanciering en de terugvordering wegens niet-woonachtig op het brp-adres.