ECLI:NL:CRVB:2019:1344
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant viel op 28 mei 2013 uit wegens schouderklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde deze op grond dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en geen aanleiding gaf voor zwaardere beperkingen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn reuma niet voldoende was meegewogen en dat een onafhankelijk deskundige benoemd had moeten worden. De Raad oordeelt dat de medische informatie van de reumatoloog geen aanwijzingen geeft dat appellant op de datum in geding al reuma had. De verzekeringsarts had dit adequaat gemotiveerd en er waren geen objectieve stoornissen vastgesteld.
De Raad ziet geen reden een onafhankelijk deskundige te benoemen en bevestigt dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant blijft van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.