ECLI:NL:CRVB:2019:1312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ziekengeld na eerstejaars Ziektewetbeoordeling wegens verdiencapaciteit boven 65%
Appellant, voormalig meubelspuiter met rugklachten en diabetes type 2, meldde zich ziek en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaars Ziektewetbeoordeling werd vastgesteld dat hij niet in staat was zijn eigen werk te verrichten, maar wel vijf andere functies kon uitvoeren. Op basis van de drie functies met de hoogste lonen werd berekend dat appellant 69,75% van zijn maatmaninkomen kon verdienen.
Na bezwaar en aanvullend medisch en arbeidskundig onderzoek werden beperkingen aangepast en functies herzien, waarna het UWV vaststelde dat appellant nog 72,56% van zijn maatmaninkomen zou kunnen verdienen. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en de rechtbank onderschreef dit oordeel.
In hoger beroep betwistte appellant de geschiktheid van twee functies vanwege persoonlijke risico’s, maar trok een deel van zijn bezwaren in. De Raad oordeelde dat de functies productiemedewerker industrie en wikkelaar, samensteller elektrotechnische apparatuur, medisch geschikt waren gezien de aard van de werkzaamheden en de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst.
De Raad concludeerde dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen en bevestigde de afwijzing van het recht op ziekengeld. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt beëindigd omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.