ECLI:NL:CRVB:2019:1298
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor vervanging koelkast wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante, een alleenstaande ouder die bijstand ontvangt op grond van de Participatiewet, verzocht om bijzondere bijstand voor de kosten van vervanging van haar koelkast. Het college wees dit verzoek af omdat de kosten worden gezien als algemeen noodzakelijke bestaanskosten die normaal gesproken via reservering of gespreide betaling voldaan moeten worden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat de vervanging onvoorzien was omdat de koelkast na acht jaar kapot ging in plaats van na de gemiddelde levensduur van vijftien jaar, en dat zij vanwege eerdere aanschaf van een wasmachine niet had kunnen reserveren. De Raad oordeelde dat dit geen bijzondere omstandigheden zijn zoals bedoeld in artikel 35 van Pro de Participatiewet, omdat duurzame gebruiksgoederen nu eenmaal na verloop van tijd vervangen moeten worden en het ontbreken van reserveringsruimte door schulden geen grond is voor bijzondere bijstand.
Verder oordeelde de Raad dat het college geen onrechtmatigheid heeft begaan door geen rekening te houden met een vermeende toezegging tot het indienen van nadere gronden, en dat de motivering van het besluit voldoet aan de eisen van artikel 7:12 Awb Pro. Ook is geen vergoeding van de kosten van de bezwaarprocedure verschuldigd omdat het primaire besluit niet is gewijzigd. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor vervanging van de koelkast wordt bevestigd en er wordt geen vergoeding van bezwaarprocedurekosten toegekend.