ECLI:NL:CRVB:2019:1285
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als postbesteller, was sinds 1992 arbeidsongeschikt met een WAO-uitkering van 35 tot 45%. Na ziekmelding in juni 2013 en ziekte-uitdiensttreding in juni 2014, werd hij hersteld verklaard voor aangepaste werkzaamheden en beëindigde het UWV de Ziektewet-uitkering in januari 2016.
Appellant meldde zich in februari 2016 toegenomen arbeidsongeschikt wegens rug- en psychische klachten. Het UWV herzag daarop de WAO-uitkering per 24 juni 2015 naar 80-100%, maar herzag deze later per 21 juni 2016 terug naar 35-45% arbeidsongeschiktheid, gebaseerd op medische gegevens en arbeidsdeskundige rapporten.
Appellant ging tegen dit tweede besluit in bezwaar en beroep, stellende dat er onvoldoende onderzoek was gedaan en dat psychische beperkingen niet waren erkend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, de psychische klachten geen aanleiding geven tot beperkingen op de datum in geschil en dat de geselecteerde functies passend zijn.
De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid.