ECLI:NL:CRVB:2019:1283
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-loonaanvullingsuitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellante, werkzaam als kassamedewerkster, ontving sinds 2007 een WGA-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Na een verzoek van haar (ex-)werkgever tot herbeoordeling in 2015 heeft het UWV haar arbeidsongeschiktheid opnieuw vastgesteld op 0%, waarna de uitkering werd beëindigd.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat het herbeoordelingsverzoek onvoldoende was gemotiveerd en dat sprake was van ongelijkheid in procespositie, verwijzend naar het arrest Korošec. De rechtbank verklaarde haar beroep ongegrond en bevestigde het UWV-besluit.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, er geen ongelijkheid in procespositie bestond en het medische oordeel voldoende was onderbouwd. De Raad wees het verzoek tot schadevergoeding af en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.