ECLI:NL:CRVB:2019:1240
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering en beëindiging recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, laatstelijk werkzaam als verkoopster, heeft zich ziek gemeld met lichamelijke klachten en een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV heeft na medisch en arbeidskundig onderzoek vastgesteld dat zij niet arbeidsongeschikt is in die mate dat recht op uitkering bestaat.
Na bezwaar en beroep zijn besluiten van het UWV om de WIA-uitkering te weigeren en het recht op ziekengeld te beëindigen door de rechtbank afgewezen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen, met name duizeligheid en handklachten, zijn onderschat.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek heeft verricht, waarbij alle relevante medische gegevens zijn betrokken. De functionele mogelijkhedenlijst en de gekozen voorbeeldfuncties zijn medisch en arbeidskundig passend. Appellante heeft geen nieuwe medische gegevens aangeleverd die haar beperkingen aantonen als zwaarder dan vastgesteld.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraken en wijst de hoger beroepen af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op WIA-uitkering en dat haar recht op ziekengeld terecht is beëindigd.