Uitspraak
18.5766 AW
1 oktober 2018, 18/233 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, werkzaam als ambtenaar in een detentiecentrum, gebruikte buitenproportioneel geweld tegen een ingeslotene door deze te duwen en te slaan zonder dat dit noodzakelijk was. De minister legde hem daarop onvoorwaardelijk ontslag op wegens ernstig plichtsverzuim.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij oordeelde dat het geweld niet buitenproportioneel was. In hoger beroep bevestigt de Raad dat betrokkene plichtsverzuim pleegde door het toepassen van buitenproportioneel geweld, maar dat het ontslag niet in verhouding staat tot de ernst van het vergrijp.
De Raad weegt mee dat het geweld niet hevig was, geen letsel veroorzaakte en dat de ingeslotene geen aangifte deed. Het dienstverband herleeft en de minister wordt opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, waarbij beroep alleen bij de Raad mogelijk is.
Uitkomst: Het onvoorwaardelijk ontslag wegens buitenproportioneel geweld is onevenredig en het dienstverband herleeft; de minister moet een nieuwe beslissing op bezwaar nemen.