ECLI:NL:CRVB:2019:1184
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellante, werkzaam als verzorgende, werd sinds 2007 volledig arbeidsongeschikt geacht en ontving een WGA-uitkering. In 2015 beëindigde het UWV haar WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de medische belastbaarheid juist was vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar belastbaarheid onjuist was vastgesteld, met name vanwege een hogere begeleidingsbehoefte die niet was meegenomen. Zij overhandigde diverse medische en begeleidingsrapporten ter onderbouwing. De Raad oordeelde dat de verzekeringsartsen deze klachten en rapporten op een deugdelijke wijze hadden betrokken bij hun beoordeling. Er was geen grond voor twijfel aan de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid.
De arbeidsdeskundige bevestigde dat de geselecteerde functies medisch passend waren en dat de benodigde begeleiding binnen het bereik van de functies lag. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering en wijst het hoger beroep en verzoek om schadevergoeding af.