ECLI:NL:CRVB:2019:1177
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering naar thuiswonende studerende wegens niet-woonachtig op brp-adres
Appellant stond ingeschreven op een brp-adres, maar de minister herzag de studiefinanciering vanaf 1 juli 2016 naar de norm voor thuiswonenden, omdat onderzoek uitwees dat appellant niet daadwerkelijk op dat adres woonde.
Na een huisbezoek en een rapportage waarin weinig persoonlijke bezittingen werden aangetroffen, concludeerde de minister dat appellant niet structureel op het brp-adres verbleef. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze herziening ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij pas een half jaar op het adres woonde en weinig persoonlijke spullen had vanwege financiële beperkingen, maar de Raad oordeelde dat dit onvoldoende was om het oordeel van de rechtbank te weerleggen.
De verklaringen van vrienden en familie werden als te algemeen en onvoldoende onderbouwd beoordeeld. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de terugvordering van de studiefinanciering.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant ten onrechte studiefinanciering ontving als uitwonende en wijst het hoger beroep af.