ECLI:NL:CRVB:2019:1175
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering op basis van huisbezoekrapportage
Appellant ontving studiefinanciering vanaf 1 oktober 2014 als uitwonende student. Na een onderzoek naar zijn woonsituatie, uitgevoerd door twee controleurs, besloot de minister op 4 november 2016 de studiefinanciering te herzien en appellant als thuiswonende student aan te merken, met terugvordering van € 5.124,82.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het huisbezoekrapport als grondslag voor de herziening kon dienen, terwijl reisgegevens niet waren gebruikt bij het besluit. Appellant stelde in hoger beroep dat de reisgegevens wel degelijk waren gebruikt, verwijzend naar een brief waarin een boete werd aangekondigd op basis van die gegevens.
De Raad oordeelde dat de reisgegevens niet aan het bestreden besluit ten grondslag lagen en dat het bestuursorgaan in het kader van een volledige heroverweging vrij is om aanvankelijk gebruikte bewijsmiddelen buiten beschouwing te laten. In dit geval werd alleen de huisbezoekrapportage gebruikt, wat voldoende was om het besluit te dragen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit tot herziening van studiefinanciering op basis van de huisbezoekrapportage en wijst het hoger beroep af.