ECLI:NL:CRVB:2019:1161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor niet melden van stortingen op bankrekening
De zaak betreft het hoger beroep tegen een boete die door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam is opgelegd aan appellant wegens het niet melden van stortingen en bijschrijvingen van derden op zijn bankrekening in de periode van maart 2014 tot en met maart 2015.
Vaststaat dat er bedragen zijn gestort en bijgeschreven op de bankrekening van appellant, maar appellant heeft deze niet gemeld. De verdediging van appellant, dat de bedragen niet van hem waren maar van een kennis en dat hij niet over deze gelden kon beschikken, is niet aannemelijk gemaakt. De handgeschreven verklaring van de kennis overtuigt niet dat appellant geen beschikkingsmacht had over het tegoed.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden en dat hem dit verwijtbaar is. Er is geen sprake van verminderde verwijtbaarheid. Het college heeft bij het opleggen van de boete rekening gehouden met de financiële situatie van appellant door de boete te bepalen op twaalf maal 10% van de toepasselijke bijstandsnorm. De boete wordt als evenredig beschouwd.
Het hoger beroep wordt afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De boete van €1.170,- wegens het niet melden van stortingen op de bankrekening wordt bevestigd.