ECLI:NL:CRVB:2019:1158
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijke woon- en leefsituatie en niet verschijnen
In deze zaak ging het om de afwijzing van een bijstandsaanvraag van 13 januari 2016 door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Het college wees de aanvraag af omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld vanwege onvoldoende duidelijkheid over de woon- en leefsituatie van appellant.
Appellant had bij zijn aanvraag opgegeven dat hij een zelfstandige huurwoning bewoonde zonder andere bewoners, en dat de huurovereenkomst op zijn naam stond. Echter, uit de Basisregistratie Personen bleek dat zes andere personen op hetzelfde adres stonden ingeschreven en dat het om een kleine driekamerwoning ging waar appellant geen huur betaalde.
Het college nodigde appellant uit voor een gesprek om opheldering te geven, maar appellant verscheen niet. Door het niet verschijnen kon het college het recht op bijstand niet vaststellen en wees het de aanvraag terecht af. Het hoger beroep werd door de Centrale Raad van Beroep ongegrond verklaard en de afwijzing bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd vanwege onvoldoende duidelijkheid en niet verschijnen op het gesprek.