Uitspraak
17.1045 WIA
13 januari 2017, 16/2982 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als thuishulp en meldde zich ziek vanwege psychische klachten. Na een aanvraag voor een WIA-uitkering wees het UWV dit af omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af, waarbij werd geoordeeld dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en de medische beperkingen adequaat waren meegenomen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de medische beoordeling onvoldoende rekening hield met haar beperkingen door een angststoornis en dat het beginsel van equality of arms was geschonden doordat alleen de verzekeringsarts beperkingen kon vaststellen. Tevens verzocht zij om benoeming van een onafhankelijke deskundige en schadevergoeding.
De Raad oordeelde dat het onderzoek door de verzekeringsarts zorgvuldig was, inclusief dossieronderzoek en een spreekuuronderzoek. Er was voldoende medische informatie van de behandelend artsen betrokken en geen aanwijzingen dat appellante belemmeringen had ondervonden bij het onderbouwen van haar standpunt. De Raad vond geen aanleiding om de conclusies van de verzekeringsarts in twijfel te trekken en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, inclusief de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WIA-uitkering en wijst het hoger beroep van appellante af.