ECLI:NL:CRVB:2019:111
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing arbeids- en inkomensondersteuning jonggehandicapten na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, geboren in 1996, diende op 8 april 2014 een aanvraag in voor arbeids- en inkomensondersteuning op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten vanwege klachten als gevolg van een hersentrauma bij een auto-ongeluk. Het UWV wees de aanvraag af omdat appellant meer dan 75% van het minimumloon kan verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was uitgevoerd.
Appellant stelde in hoger beroep dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was en dat zijn beperkingen werden onderschat, mede op basis van waarnemingen van familie en vrienden. De Centrale Raad van Beroep volgde echter de rechtbank in het oordeel dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij ook rapportages van een arbeidsvaardighedenonderzoek en een GZ-psycholoog waren betrokken. Er werden geen nieuwe medische gegevens aangeleverd die het oordeel konden wijzigen.
De Raad benadrukte dat het gaat om beperkingen die rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen zijn als gevolg van ziekte of gebrek. De medische geschiktheid voor de geselecteerde functies werd eveneens bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor arbeids- en inkomensondersteuning.