ECLI:NL:CRVB:2019:109
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken urenbeperking
Appellant, voormalig chauffeur, vroeg een WIA-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid na psychische klachten. Het UWV wees dit af omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht en geschikt voor andere functies. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn psychische belastbaarheid en urenbeperking onvoldoende waren erkend, onderbouwd met rapporten van een verzekeringsarts en PsyQ. De verzekeringsarts bezwaar en beroep handhaafde echter het oordeel dat geen urenbeperking nodig was, gebaseerd op zorgvuldig medisch onderzoek en het ontbreken van aanwijzingen voor significante energiebeperkingen.
De Raad concludeert dat het UWV en de verzekeringsarts een zorgvuldig en gemotiveerd oordeel hebben gegeven, dat de medische situatie van appellant juist is ingeschat en dat er geen reden is voor een onafhankelijk deskundigenonderzoek. Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.