ECLI:NL:CRVB:2019:1068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WGA-vervolguitkering op basis van medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, werkzaam als reporting officer, meldde zich ziek wegens armklachten en ontving een WGA-vervolguitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Na een melding van verslechtering in 2014 stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid vast op circa 40%, wat leidde tot een bezwaarprocedure.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch en arbeidskundig onderzoek voldoende was gemotiveerd en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van zwaardere beperkingen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar psychische problematiek en concentratieproblemen, en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De Raad oordeelt dat het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en de beperkingen adequaat zijn vastgesteld, waarbij ook de psychische beperkingen zijn meegenomen. Nieuwe medische verklaringen geven geen aanleiding tot een ander oordeel. Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat het besluit niet onrechtmatig is. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.