ECLI:NL:CRVB:2019:1047
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WGA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig productiemedewerkster, ontving een WGA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 100%. Na herbeoordeling door het UWV werd vastgesteld dat zij per 22 december 2015 minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarop de uitkering werd beëindigd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat de beperkingen juist waren vastgesteld en de geselecteerde functies geschikt waren.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij geen benutbare mogelijkheden heeft vanwege ongewijzigde beperkingen en de zorg voor haar zoon met ontwikkelingsachterstand. Zij verzocht tevens om benoeming van een psychiater als deskundige. De Raad toetste de zorgvuldigheid van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek, de gelijkheid van wapens en de inhoudelijke beoordeling.
De Raad onderschreef de rechtbank en concludeerde dat het UWV de beperkingen juist heeft vastgesteld, dat appellante voldoende gelegenheid heeft gehad haar standpunten te onderbouwen en dat de medische informatie niet leidt tot meer beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst. Ook de geschiktheid van de functies werd bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de WGA-uitkering bevestigd.