ECLI:NL:CRVB:2019:1036
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herhaalde aanvraag WAO-uitkering wegens ontbreken bezwaargronden
Appellant heeft herhaaldelijk verzocht om een WAO-uitkering, waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) steeds heeft geweigerd terug te komen op het oorspronkelijke besluit uit 2002 vanwege het ontbreken van nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden.
Bij de meest recente aanvraag in 2017 werd het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant de gronden van het bezwaar niet binnen de gestelde termijn had ingediend, ondanks een termijnverlening. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond.
In hoger beroep heeft appellant enkel gesteld ziek te zijn en het niet eens te zijn met de afwijzing, maar geen geldige redenen gegeven voor het te laat indienen van de bezwaargronden. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt de uitspraak.
De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van de vereiste bezwaargronden binnen de gestelde termijn.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van bezwaargronden binnen de gestelde termijn.