Appellante viel in oktober 2013 uit als callcenter medewerker en haar dienstverband eindigde in januari 2014. Het Uwv weigerde haar WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen en beperkte de proceskostenveroordeling tot rechtsbijstand.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en dat onvoldoende rekening is gehouden met haar medische klachten en adviezen, waaronder beperkingen in aandacht en urenbeperking. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen niet verder gaan dan vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De Raad stelde vast dat de rechtbank ten onrechte de proceskostenveroordeling beperkte en veroordeelde het Uwv alsnog tot vergoeding van de volledige kosten van de door appellante ingeschakelde medisch deskundigen en rechtsbijstand, totaal € 4.785,16. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat geen schade was aangetoond.