ECLI:NL:CRVB:2018:99
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant had vanaf 4 februari 2012 geen recht meer op een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en werd geacht geschikt te zijn voor diverse functies. Na ziekmelding in januari 2014 met beenklachten, stelde het UWV op 13 november 2014 vast dat appellant geen recht meer had op ziekengeld. Het bezwaar hiertegen werd ongegrond verklaard door het UWV en de rechtbank.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beenklachten waren verslechterd en dat de verzekeringsarts informatie had moeten opvragen bij de vaatchirurg. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, het dossier was bestudeerd en appellant was onderzocht. De verzekeringsarts had gemotiveerd dat de beperkingen sinds 2012 niet waren veranderd en dat de claudicatioklachten appellant niet ongeschikt maakten voor het werk.
De Raad verwierp het beroep van appellant omdat geen nieuwe medische gegevens waren die tot een andere conclusie leidden. Er was geen reden voor een urenbeperking en moeheid werd niet als symptoom van de aandoeningen gezien. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.