ECLI:NL:CRVB:2018:940

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 maart 2018
Publicatiedatum
30 maart 2018
Zaaknummer
17/4197 AWBZ
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van afwijzing beroep tegen terugvordering persoonsgebonden budget 2013

Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Zorgkantoor waarin het persoonsgebonden budget (PGB) voor 2013 op nihil werd vastgesteld en een bedrag van €10.190,32 werd teruggevorderd. De rechtbank Rotterdam heeft het beroep ongegrond verklaard en het besluit van het Zorgkantoor gehandhaafd.

In hoger beroep heeft appellante geen nieuwe of andere gronden aangevoerd, maar slechts de eerdere bezwaren herhaald. De Centrale Raad van Beroep heeft de overwegingen en het oordeel van de rechtbank volledig onderschreven en zich beperkt tot een verwijzing daarnaar.

Het hoger beroep is verworpen en de uitspraak van de rechtbank is bevestigd. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 maart 2018.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

Uitspraak

17.4197 AWBZ, 17/4198 AWBZ

Datum uitspraak: 21 maart 2018
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van
8 mei 2017, 15/4619 en 16/6503 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V. als rechtsopvolger van Achmea Zorgkantoor N.V. (Zorgkantoor)
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. A.J.M. Vélu, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Zorgkantoor heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 februari 2018. Appellante is, met bericht, niet verschenen. Het Zorgkantoor heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.H.D. Saro.

OVERWEGINGEN

1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, ongegrond verklaard het beroep van appellante tegen het besluit van 16 september 2016 (bestreden besluit) waarbij het Zorgkantoor, beslissend op bezwaar, zijn besluit van 17 september 2014 heeft gehandhaafd. Bij dat besluit heeft het Zorgkantoor het persoonsgebonden budget van appellante voor het jaar 2013 vastgesteld op nihil en bepaald dat een bedrag van € 10.190,32 van haar wordt teruggevorderd.
2.1.
Appellante heeft in hoger beroep geen wezenlijk nieuwe of andere gronden naar voren gebracht of redenen vermeld waarom de rechtbank tot een ander oordeel had moeten komen. Appellante heeft zich beperkt tot het herhalen van de in bezwaar en beroep aangevoerde gronden.
2.2.
De rechtbank heeft deze beroepsgronden in de aangevallen uitspraak afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom deze niet leiden tot een vernietiging van het bestreden besluit.
2.3.
De Raad onderschrijft de overwegingen en het daarop gebaseerde oordeel van de rechtbank over de beroepsgronden volledig en volstaat met een verwijzing daarnaar.
2.4.
Het hoger beroep slaagt niet. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden bevestigd.
3. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van M.A.A. Traousis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2018.
(getekend) J. Brand
(getekend) M.A.A. Traousis

TM