ECLI:NL:CRVB:2018:933
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat appellante vanaf 1 april 2014 woonachtig is in Portugal en niet meer verzekerd is voor de Zvw
Appellante, die een AOW-pensioen ontvangt, verzocht de Sociale Verzekeringsbank (Svb) om haar pensioen op een Portugese bankrekening te storten. Dit leidde tot een onderzoek naar haar woonplaats. Hoewel zij formeel een adres bij haar dochter in Nederland had, verbleef zij het grootste deel van de tijd in Portugal vanwege de afwikkeling van een nalatenschap en het beheer van een pand.
De Svb besloot dat appellante vanaf 1 april 2014 niet meer verzekerd was voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) omdat zij in Portugal woonde, en hield daarom geen Zvw-premie meer in op haar pensioen. Appellante maakte bezwaar, stellende dat zij nog steeds een duurzame woonplaats in Nederland had en dat haar verblijf in Portugal onvrijwillig was. De rechtbank wees het bezwaar af en stelde vast dat zij geen duurzame band meer met Nederland had.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Uit de feiten bleek dat appellante al sinds 2004 langdurig in Portugal verbleef, haar Nederlandse woning was verkocht, en zij niet over zelfstandige woonruimte in Nederland beschikte. Haar verblijf in Portugal had een bestendig karakter en vormde het centrum van haar belangen. Het arrest van het Hof van Justitie inzake I vs Health Service Executive was niet van toepassing omdat daar sprake was van een onvrijwillig verblijf om medische redenen.
De Raad concludeerde dat appellante vanaf 1 april 2014 woonachtig was in Portugal en daarom niet meer onder de Nederlandse Zvw viel. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante vanaf 1 april 2014 woonachtig is in Portugal en niet meer verzekerd is voor de Zorgverzekeringswet.