ECLI:NL:CRVB:2018:906
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengeld op grond van arbeidsvermogen en medische beoordeling bevestigd
Appellant, laatstelijk werkzaam als schoonmaker, meldde zich ziek met lichamelijke klachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat appellant met inachtneming van beperkingen meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen, waarna het ziekengeld werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen en taalvaardigheid van appellant geen belemmering vormden voor het verrichten van de geselecteerde functies. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen ernstiger waren en dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn taalniveau.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant geen nieuwe medische gegevens had overgelegd ter ondersteuning van zijn stellingen. De arbeidsdeskundige had voldoende gemotiveerd dat de functies medisch geschikt waren en dat het lage taalniveau geen belemmering vormde. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de beëindiging van het ziekengeld door het UWV bevestigd.