ECLI:NL:CRVB:2018:881
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenbehandelingstelling aanvraag bijzondere bijstand voor babyuitzet
Appellante diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor een babyuitzet. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verzocht haar meerdere malen om nadere stukken, waaronder nota's van de gewenste babyartikelen, met een gestelde termijn voor aanlevering. Appellante heeft niet binnen deze termijnen de gevraagde gegevens overgelegd.
Het college stelde daarop de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat het college haar aanvraag had moeten afwijzen in plaats van buiten behandeling stellen, zodat zij nog gelegenheid had gehad gebreken te herstellen.
De Raad oordeelt dat de gevraagde gegevens noodzakelijk waren voor een goede beoordeling van de aanvraag en dat appellante redelijkerwijs over deze gegevens kon beschikken. Het college was daarom bevoegd de aanvraag buiten behandeling te stellen. De omstandigheden van appellante rechtvaardigen geen ander oordeel. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor babyuitzet wordt buiten behandeling gesteld en het hoger beroep wordt verworpen.