ECLI:NL:CRVB:2018:853
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en toekenning uitkering op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling
Appellante, geboren in 1936, diende in juli 2015 een aanvraag in voor toekenning op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). Verweerder erkende haar als oorlogsslachtoffer met oorlogsletsel bestaande uit psychische klachten en kende een invaliditeitsuitkering toe op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 30%.
Appellante maakte bezwaar tegen de hoogte van dit percentage, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. In beroep stelde zij onder meer dat de geneeskundig adviseurs van verweerder onbevoegd waren om DSM-diagnoses te stellen en dat het arbeidsongeschiktheidspercentage te laag was vastgesteld.
De Raad verwees voor het oordeel over de bevoegdheid van de adviseurs naar een eerdere uitspraak (nr. 16/6694 Wubo) en oordeelde dat het medische advies zorgvuldig was voorbereid en gemotiveerd. De vaststelling van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25%, beleidsmatig afgerond naar 30%, werd niet betwist door medische gegevens van appellante.
De Raad concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het bestreden besluit in stand blijft. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het arbeidsongeschiktheidspercentage van 30% wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.