Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2018:84

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 januari 2018
Publicatiedatum
12 januari 2018
Zaaknummer
16/2791 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:88 AwbArt. 8:90 AwbArt. 8:91 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Na een gewijzigde beslissing op bezwaar door het college heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten en schadevergoeding wegens gederfde wettelijke rente.

De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het schadevergoedingsverzoek niet ontvankelijk is omdat het pas na intrekking van het hoger beroep is ingediend en niet tijdens het beroep zelf, zoals vereist volgens artikel 8:91 Awb Pro. Dit verzoek wordt doorgezonden naar het college.

Met betrekking tot de proceskosten oordeelt de Raad dat het college, dat geheel aan de bezwaren tegemoet is gekomen, op verzoek van appellant kan worden veroordeeld tot vergoeding van de redelijk gemaakte kosten in beroep en hoger beroep. De Raad bepaalt de proceskosten op €1.503,- en wijst het schadevergoedingsverzoek af.

Uitkomst: Schadevergoedingsverzoek afgewezen; college veroordeeld tot betaling van €1.503,- aan proceskosten.

Uitspraak

Datum uitspraak: 9 januari 2018
16/2791 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a, 8:88 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van
18 maart 2016, 15/4566 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. D. Matadien, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft op 25 januari 2017 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 27 januari 2017 heeft mr. Matadien namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten in beroep en hoger beroep.
Bij brief van 11 april 2017 heeft mr. Matadien namens appellant tevens verzocht om het college te veroordelen tot vergoeding van schade wegens gederfde wettelijke rente (schadevergoedingsverzoek).
Het college heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Schadevergoeding
Vaststaat dat het schadevergoedingsverzoek pas is ingediend nadat het hoger beroep was ingetrokken. Van een verzoek dat is gedaan gedurende het hoger beroep in de zin van artikel 8:91, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is dus geen sprake. Reeds om die reden zal het schadevergoedingsverzoek worden afgewezen. Gelet op het bepaalde in artikel 8:90, tweede lid, van de Awb zal dit verzoek worden doorgezonden naar het college.
Proceskosten
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het college met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 25 januari 2017 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding om het college te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 1.002,- in beroep en € 501,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het college wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af;
- veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.503,-.
Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens, in tegenwoordigheid van N.L. Kuipers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 januari 2018.
(getekend) W.F. Claessens
(getekend) N.L. Kuipers

HD